Uitlichten, Uitdunnen of Innemen

UITLICHTEN

Bij uitlichten worden één of meerdere zijtakken aan de buitenkant van de blijvende kroon ingekort tot op een levende zijtak. De kroonvorm en de omvang van de boom blijven bij het uitlichten nagenoeg ongewijzigd. Wel vergroot de transparantie van de kroon en wordt de mechanische belasting op de gesnoeide takken verkleind. Doordat er meer licht tot in de binnenkroon komt, worden daar meer bladeren gevormd en minder dood hout. De gesnoeide takken worden dus korter en na verloop van tijd ook dikker en bovendien worden ze minder belast. Ze zakken dus minder uit en het risico op uitscheuren is kleiner. De gesnoeide takken zijn, afhankelijk van de boomsoort, maximaal 5 tot 10 cm dik. Zo wordt doorgaans enkel in het levende spinthout gezaagd, wat de afgrendeling ten goede komt en het risico op infectie en rot verkleint. Er wordt maximaal 20% van het bladvolume weggehaald. Door de spreiding van de snoei over veel dunne takken is het aantal snoeiwonden meestal wel groot en is uitlichten een zeer arbeidsintensief werk.

Door uitlichten is het ook mogelijk de kroonomvang van een volwassen boom iets te verkleinen, terwijl toch een natuurlijke kroonvorm behouden blijft. Dit is zeker het geval bij sommige soorten die op oudere leeftijd een natuurlijke onderkroon vormen. Om een blijvend effect te hebben, moet dit regelmatig herhaald worden. Bomen in één snoeibeurt permanent ‘verkleinen’ is onmogelijk.

UITDUNNEN

Bij het uitdunnen worden niet de takken aan de buitenkant van de blijvende kroon ingekort, maar worden volledige (gestel)takken tot op de stam weggenomen. Ook door uit te dunnen krijgt u een transparantere kroon terwijl de kroonvorm en –omvang behouden blijft. De snoeiwonden zijn wel veel groter dan bij het uitlichten, wat het risico op rot sterk vergroot. Door de open kroonstructuur vergroot bovendien het risico op takbreuk. Uitdunnen is slechts te verantwoorden voor het weghalen van enkele probleemtakken verspreid over de kroon. Bij het uitdunnen is het niet de bedoeling om alle takken uit de binnenkroon weg te halen. Daardoor wordt de kroonbelasting verplaatst naar de uiteinden van de takken. Het resultaat is een verhoogd risico op afbreken, zonnebrand en waterlot.

INNEMEN

Bij het innemen worden alle zijtakken met een derde tot een vierde ingekort tot op een levende zijtak. De kroonvorm verandert dus en de kroonomvang verkleint, waardoor de mechanische belasting op de takken verkleint, net als de windbelasting op de stam. De boomkroon innemen is een ultiem redmiddel om een boom met een verminderde stabiliteit of een verzwakte stam op een veilige manier te behouden. Zo kunnen waardevolle bomen gered worden van een velling. Innemen is een uitzonderingsmaatregel en hoort niet bij het normale boombeheer. Door de grote snoeiwonden verloopt de afgrendeling niet optimaal en is het risico op inrotting reëel. Innemen van bomen gebeurt enkel bij bomen in goede conditie. Door aftakelende bomen in te nemen, kunnen ze niet gered worden.

Een boom waarvan de kroon is ingenomen, zal van nabij opgevolgd moeten worden. Als de kruin blijvend beperkt moet worden, moet de boom elke 3 tot 5 jaar opnieuw gesnoeid worden. Als de boom voldoende reparatieweefsel maakt zodat het risico vermindert, kan de kroon langzaam opnieuw uitgroeien. De nieuwe scheuten moeten opgevolgd worden zodat zij een voldoende sterke vergroeiing krijgen.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x